Citytrip: De bescheiden comeback van Luik

Exotisch en wat minder verlopen – oude grandeur aan de Maas

Nog maar zo’n twintig jaar geleden oogde het geplaagde Luik overwegend troosteloos en grauw. De stad had een slechte naam: vervuild door zware industrie, een hoge werkloosheid, armoede en een failliete gemeente. Begin deze eeuw brak met de aanleg van het stationscomplex Guillemins, optimistische architectuur van een mild stemmende schoonheid, een nieuw elan door. De ligging tussen de heuvels en aan de Maas en de Ourthe is aantrekkelijk.

We nemen het TGV-station Liège-Guillemins als uitgangspunt voor drie tochten door de stad: het centrum, het riviereiland Outremeuse en de moderniseringsgordel aan de zuidkant van het centrum. In het station is, naast het bureau van ov-bedrijf TEC, een Point Info van het Office du Tourisme (hoofdkantoor: Rue de la Boucherie 4B in het centrum). Het Point Info kan je helpen aan wat eerste folders, een stadsplattegrond en diverse leuke wandelingen.

Het centrum en de hellingen van de citadel

Door het aardige Parc Avroy, met veel beelden, bereik je al snel het centrum. Dan kun je kiezen: meteen kathedraal Saint-Paul bekijken, met het beeld van de liggende Christus, of door de traditionele (studenten)uitgaanswijk Le Carré slenteren. Via de grote, niet zo gezellige Place Saint-Lambert – hier stond vroeger de kathedraal – bereik je de intiemere Place du Marché, traditioneel het kloppend hart van de stad. Rechts ervan liggen leuke oude straten – neem in elk geval een kijkje in de hippe En Neuvice – die aflopen naar de Maas. Ga je van de Place du Marché naar links dan kun je de citadelheuvel beklimmen via de beroemde 374 treden van de Montagne de Bueren, een oorlogsmonument. De klim is sfeervol en het uitzicht is mooi. Over andere straten, zoals de Rue Pierreuse, kun je weer afdalen. Aan het begin van die lange trap ligt links Brasserie C, een brouwerij met enkele mooie terrassen; het bier Curtius is de moeite van het proberen waard.

Om te winkelen is het Luikse centrum niet erg bijzonder. Een beetje rondstruinen is het leukst. Aan de noordkant van het centrum vind je de gerestaureerde kerk Saint-Barthélemy in Rijnlandse romaanse stijl; het jubelende barokinterieur is helaas niet in oorspronkelijke stijl hersteld. Vlakbij, aan de Maas, ligt Le Grand Curtius, een museumcomplex met onder meer een tentoonstelling van Rijnlandse religieuze kunst. Wie nog puf heeft kan het ondergrondse Archeoforum opzoeken (Place Saint-Lambert) of kijken of er een aansprekende tentoonstelling is in La Cité Miroir, een voormalig zwembad (1942) in modernistische stijl. Voor nog meer musea kunt u even bij de VVV binnenlopen, daar is uitstekend informatiemateriaal voorhanden. Het Office du Tourisme ligt aan de voet van het hoge stadskantoor uit 1967, geïnspireerd op het VN-hoofdkwartier in New York.

Het andere Luik: Outremeuse

Outremeuse betekent: aan de overkant van de Maas. De wijk dateert al van de 13e eeuw. Hier woonden en werkten de leerlooiers, de wevers en veel arbeiders. In de 19e eeuw steeg het inwonertal snel, aan het eind van die eeuw werd de wijk stedenbouwkundig verbeterd. Tussen veelhoekige pleinen liggen mooi aangelegde lanen. Veel huizen zijn in art-nouveaustijl.

Broodnodige vernieuwing: zuidrand

Het adembenemend mooie station Guillemins (2009) is een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava. Het enorme bouwwerk van glas, staal, wit beton en Belgisch natuursteen (vloeren) is feitelijk ‘slechts’ een overkapping omdat voor- en achtergevel ontbreken. Het mooiste zicht op de zacht verlichte perrons en de stad heb je van de verhoogde kiss-and-ridestraat aan de achterkant. De Tour Paradis, een glimmende wolkenkrabber aan de Maas, is 118 m hoog (zonder antenne) en werd in 2014 opgeleverd. Hier zijn 1100 financiële ambtenaren geconcentreerd. Tussen de twee gebouwen is een promenade aangelegd; die had wel wat groener gekund. Op de promenade sluit een nieuwe voetgangersbrug over de Maas aan. Hiermee poogt de stad een logische verbinding met het grote winkelcentrum Mediacité op de rechteroever te bieden. Als je over die brug (La Belle Liègoise) bent, weet dan dat het paleis uit 1905, rechts in het park, een prachtige verzameling schilderkunst uit vijf eeuwen herbergt. Museum La Boverie werd in 2016 heringericht en toont werk van onder meer Corot, Gauguin, Van Gogh, Monet, Matisse, Magritte, Chagall, Van Dongen, Picasso, Ensor, Vasarely en Arp. Het megawinkelcentrum Mediacité verrees tien jaar geleden op de plek van een oude fabriek; het bevat 130 winkels en restaurants voor het grote publiek, filmstudio’s, een schaatsbaan en een bioscoop.

Markten

De zondagse ‘gewone’ markt (8-14.30 uur) op de Quai de la Batte, langs de Maas, zou de grootste van België zijn. Het internationale publiek is exotischer dan de aangeboden waar. Nog leuker vinden wij de Brocante de Saint-Pholien, elke vrijdag (6 à 7-13 uur). Een groot deel van de Boulevard de la Constitution, op eiland Outremeuse, is bezaaid met kitsch (of kunst?), snuisterijen, boeken, grammofoonplaten, instrumenten, kleding, meubels en heel veel rommel. De sfeer is exotisch en een tikje bohémien. Vroege vogels hebben de meeste keus.

Voorspoed en crisis in een roerige stad

Hoewel hier in de Romeinse tijd al een nederzetting was, dankt Luik zijn rijke verleden aan de (prins-)bisschoppen. Bisschop Notger maakte rond het jaar 1000 van Luik een cultureel en wetenschappelijk centrum. Al in de 12e eeuw moest de kerkelijke macht een vorm van democratie toestaan aan de zelfbewuste burgerij. Luik kreeg zijn deel van belegeringen en verwoestingen maar in de 16e eeuw begon een nieuwe bloeiperiode, mede gebaseerd op de steenkool in de buurt en ijzererts in de Ardennen. In de 18e eeuw werden rond Luik op moderne wijze steenkolenmijnen geëxploiteerd, bijvoorbeeld met de eerste stoommachine op Europa’s vasteland. Begin 19e eeuw nam de industrialisering een hoge vlucht, vooral door de vestiging van de staalfabriek Cockerill vlak bij Luik. In 1905 vond in Luik de Wereldtentoonstelling plaats, een uithangbord van de internationale industrie. Tegenover de fabrikanten ontwikkelde zich een sterke arbeidersbeweging. In de Eerste Wereldoorlog hield Luik, met zijn stoere 19e-eeuwse forten, lang stand tegen de Duitse inval. Maar na de inzet van zware artillerie forceerden de Duitsers de doorgang richting Frankrijk. De Tweede Wereldoorlog bracht Luik grote schade, maar de zware industrie herrees en de welvaart kwam terug. In de jaren 60 begon de crisis in de West-Europese kolen- en staalindustrie. Het aantal werklozen groeide snel, de spanningen in de stad namen toe. De ‘vurige stede’ – bijnaam van Luik – verloor ook in de malaise niet aan turbulentie. De moord op burgemeester Cools in 1991, tegen een achtergrond van corruptie en maffiapraktijken (‘Palermo aan de Maas’), vormde een dieptepunt. De torenhoge schuldenlast had inmiddels geleid tot het faillissement van Luik.

Van het vernieuwen van de stad, met talloze vervallen fabrieksgebouwen, kwam eerst weinig terecht; er was te weinig geld. Rond de eeuwwisseling kreeg Luik een nieuwe rol als kruispunt in Europa. Een nieuwe verkeersbrug werd gebouwd en de TGV kwam naar Luik. Buitenlandse investeerders financierden saneringen en nieuwbouw van bijvoorbeeld winkelcentra. De multi-etnische en multiculturele samenstelling van de oude industriestad is een rijke bron voor jonge onderneminkjes, bijvoorbeeld in de cultuursector en in de middenstand.

Landelijk kamperen vlak bij de stad

In Hony-Esneux aan de Ourthe, 16 km ten zuiden van Luik, ligt de aangename camping Les Murets. Je waant je hier ver van de stad. Eigenaren Manja en Jan weten wat de relaxte, niet-verwende kampeerder wil: rustige, groene plaatsen bij de rivier en een gezellig terras waar je tot een uur of elf pizza’s en speciaalbier kunt bestellen. Op drie minuten lopen van de camping is een treinstation. Elk uur, in het weekend elke twee uur, vertrekt een trein naar Luik. Na twintig minuten stap je uit op Guillemins, een van de mooiste stations van Europa. Langs de oever van de Ourthe wordt een fiets- en wandelpad aangelegd, 18 km naar Luik-centrum. De camping heeft geen stacaravans en reserveren kan via camping.lesmurets@gmail.com.


Reisgenoot: Globe-Traveller Voyager Z

Het Poolse merk Globe-Traveller is een buitenbeentje in het grote buscamperaanbod. Zo hebben deze campers een dubbele bodem en, in plaats van de gebruikelijke achterdeuren, een ruimtevergrotende achterwand van polyester. De Voyagerserie is 3 m hoog; zo is er ruimte voor een uitschuifbaar bed voor twee personen (1,87 x 1,34 m) voorin, toegankelijk met een ladder. De Z-uitvoering die wij meekregen, is 6,36 m lang en heeft twee eenpersoonsbedden achterin; met een tussenmatras maak je er een enorm bed van. De matrassen zijn van topkwaliteit. De wagen heeft een mooie, degelijke afwerking en reed vrij van geluidjes. De grote natte cel biedt relatief veel ruimte om te douchen. De bagageruimte is goed bereikbaar via een grote achterklep, je hoeft niet te bukken. Onze camper was uitgerust met een fietsrek boven de achterklep; het kan elektrisch naar boven en beneden. De Voyager Z is leverbaar als Fiat Ducato (vanaf € 73.629) en als Peugeot Boxer (vanaf € 72.409). Informatie: www.raemacampers.nl.

Tekst en foto’s: Harry Schuring

Laat een reactie achter