Tropisch Midden-Amerika

Fragmenten uit een reisjournaal deel 5: Panama, Costa Rica, Nicaragua

Half november 2019 beginnen we aan de derde etappe van onze reis. We starten in Panama waar we de auto eind maart 2019 achterlieten. Het voorlopige einddoel van deze winter is de VS; daar willen we eind maart de auto opnieuw tijdelijk stallen. Tussen Panama en de VS liggen Costa Rica, Nicaragua, Honduras, El Salvador, Guatemala en Mexico. Hier is ons verslag uit de eerste drie van die landen.

Panama heeft een van de meest extreme tropische klimaten ter wereld. Op zeeniveau is de temperatuur het hele jaar door tussen 25 en 30 graden. Het land kent twee seizoenen: de natte tijd en de droge tijd. De natte tijd duurt acht maanden. Op één dag kan er dan meer regen vallen dan gemiddeld in Nederland gedurende een heel jaar. En ‘de droge tijd’, dat is een relatief begrip. Men noemt deze droge tijd ook wel gekscherend ‘de minder natte tijd’ omdat het ook in deze periode nog vaak plenst.

De camper heeft geleden

Wat een dergelijk klimaat doet met een auto die acht maanden stilstaat, daar kwamen we al snel achter. We hadden het busje gestald op het terrein van de douane. Na het noodzakelijke papierwerk kunnen we de bus ophalen. We lopen naar de rand van het terrein langs duizenden gloednieuwe auto’s. Sommige staan er al een hele tijd, gelet op het waas van mos of algen over de lak. Onze auto staat onder een afdakje. Desondanks oogt hij behoorlijk smerig aan de buitenkant. Maar dat kan eraf gewassen worden.

De binnenkant is er slechter aan toe. Veel schimmel, vooral op niet geplastificeerde delen. Schimmel op het stuur, de leren stoelen, de kussens, het bed enzovoort. Het ruikt ontzettend muf. Tweehonderd dagen stilstaan in de tropen is duidelijk niet bevorderlijk voor je interieur.

Toen we de accu’s acht maanden eerder afsloten, hebben we al het daarvoor benodigde gereedschap op het tafeltje achter de bestuurdersstoel gelegd. Lekker handig als je ze weer wilt aansluiten; dan hoef je niet eerst te zoeken. Echter, geen gereedschap te bekennen. Bij nadere inspectie van onze camper blijkt er niets weg te zijn, zelfs onze mooie verrekijker niet. Diefstal is dus weinig aannemelijk. We vermoeden dat de auto is verzet. Daarvoor moet de accu weer aangesloten worden. En wat is gemakkelijker dan het daarvoor al aanwezige gereedschap te gebruiken. En vervolgens heeft men dat abusievelijk vergeten terug te leggen. Hoe dan ook, we kunnen de accu’s zonder gereedschap niet aansluiten. Gelukkig is er ergens op het terrein een monteur die ons helpt. Hij sluit in vlot tempo de auto- en huishoudaccu’s aan. Na enkele pogingen slaat de motor aan. Eerst hortend en stotend, maar na een paar minuten loopt hij prima stationair. Mooi zo!

Nu nog gaan rijden

We pakken de handbagage en ruimen de auto provisorisch in. Alle ramen open om de schimmellucht te lozen. Dan willen we de auto in de versnelling zetten. Maar dat lukt niet. Niet in zijn één, niet in de achteruit noch in een van de andere versnellingen; de pook zit muurvast. De monteur wordt weer teruggehaald. ‘Een bekend fenomeen’ zegt hij. ‘Je hoeft je geen zorgen te maken. Als een auto hier in de tropen een paar maanden niet rijdt, komt alles vast te zitten’. Hij belt voor een stevige auto om ons te slepen. We proberen de auto al rijdend in de versnelling te krijgen. Maar het lukt nog steeds niet. ‘Laat mij maar even’ zegt de monteur. Hij neemt plaats. En terwijl hij wordt voortgesleept, lukt het hem om de auto in de vierde versnelling te krijgen. Het raderwerk komt weer in beweging. Als we zelf weer achter het stuur zitten, proberen we alle versnellingen. Het gaat nog wel heel stroef, maar uiteindelijk zijn ze allemaal te bereiken.

Zoutinwerking

We nemen het interieur goed onder handen. Bij nadere inspectie blijkt dat ook het exterieur behoorlijk te lijden heeft gehad. De onderkant zit vol roest. We hebben de afgelopen jaren op heel wat slechte wegen gereden en natuurlijk ook door zoutvlaktes. Maar dan lieten we de onderkant goed schoonmaken; blijkbaar niet goed genoeg. Er is zout achtergebleven en dat heeft, in combinatie met de hoge temperatuur en vochtigheid in die acht maanden corrosie veroorzaakt. En die corrosie breekt ons een paar dagen later goed op als we de auto voor een servicebeurt bij een garage brengen. Sommige onderdelen zijn al zo ver heen dat zoiets simpels als het verversen van de olie in de versnellingsbak resulteert in de complete demontage van de versnellingsbak. Gelukkig is dat een extreem voorbeeld. Door een gespecialiseerd bedrijf hebben we de onderkant laten zandstralen en opnieuw laten sealen. Dus hij kan er weer tegenaan. In een vreemd land ken je heg noch steg. Al met al zijn we drie weken bezig geweest om de auto weer in goede conditie te krijgen.

De landengte van Panama

Dat doet het klimaat dus met machines. Maar wat is het effect op mensen? Een aardig beeld krijg je als je kijkt naar de geschiedenis van de doorsteek kijkt. Vanouds heeft Panama een belangrijke transportfunctie. Dat komt door zijn ligging tussen de Stille (Grote) en de Atlantische Oceaan. De kortste afstand over land is 80 km. Het zou veel tijd schelen als je een doorsteek kunt maken. Daar werd pas echt werk van gemaakt toen goud werd gevonden in Californië in 1848. Omdat er in de VS nog geen spoorlijn was van de oost- naar de westkust, kozen veel goudzoekers voor een bootreis over de Atlantische Oceaan naar Panama. Daar werd de landengte overgestoken en vervolgens werd de boot genomen over de Stille Oceaan naar Californië. Het ging om zulke aantallen mensen dat al snel besloten werd tot de bouw van een spoorlijn. Deze kwam gereed in 1855. Het bleek een helse onderneming in deze vijandige omgeving. De tol aan mensenlevens was hoog. Voor 80 km spoor lieten tussen de 5000 en 10.000 arbeiders het leven. Maar niet alleen door de barre omstandigheden. Zo werden 750 Chinese koelies geronseld. Deze hadden in hun contract laten opnemen dat ze gratis een wekelijks rantsoen opium zouden ontvangen. Eenmaal in Panama bleek opium toch wel heel duur te zijn. Om kosten te besparen schafte de spoorwegmaatschappij het opiumrantsoen van de ene op de andere dag af. De koelies werden radeloos. Hels werk, een vreemd land, zonder familie, en geen opium om de pijn te verzachten. Dit leidde tot een van de grootste collectieve zelfdodingen ooit. Ruim 450 koelies pleegden gezamenlijk zelfmoord.

Het Panamakanaal, deel 1

Op 1 januari 1880 ging de eerste schop de grond in voor wat nu het Panamakanaal heet. Het was een Franse onderneming geleid door Ferdinand de Lesseps die eerder met succes het Suezkanaal had aangelegd. De aandelen van deze kanaalmaatschappij waren zo gewild dat honderdduizenden Fransen hun hele hebben en houwen verpandden om aandelen te kopen. Het liep echter uit op een fiasco. Belangrijkste oorzaak was dat men uitging van een kanaal op zeeniveau, dus zonder sluizen. Maar met de toenmalige techniek bleek het afgraven van miljoenen kubieke meters grond en rots uiteindelijk een onmogelijke opgave. Men had ook nog steeds geen idee hoe men met malaria en gele koorts moest omgaan. Men dacht dat malaria veroorzaakt werd door slechte lucht (mala aria) die uit moerassen opstijgt. Dit verkeerde beeld leidde ertoe dat veel maatregelen contraproductief waren. Een frappant voorbeeld is de rol van de ziekenhuizen in die tijd. De Fransen lieten een ziekenhuis bouwen voor patiënten met malaria of gele koorts. Om te voorkomen dat vraatzuchtige mieren de patiënten belaagden werden de poten van het bed in bakjes water gezet. Dat waren natuurlijk de ideale broedplaatsen voor de muskieten die malaria en gele koorts verspreiden. De kans dat je hierdoor een van deze ziekten in het ziekenhuis opliep was vele malen groter was dan in welk sompig moeras dan ook. Veel patiënten stierven door malaria en gele koorts. Toen het project in 1889 roemloos ten onder ging had dit het leven gekost aan 20.000 mensen. Daarnaast waren een paar honderdduizend Fransen aan de bedelstaf gebracht omdat hun aandelen waardeloos waren geworden.

Amerika klaarde de klus

Toch lieten de Fransen heel wat bruikbaars achter. Ze verkochten hun concessie aan de Amerikanen. Die begonnen in 1904 aan de bouw van een kanaal met sluizen. Dat duurde tien jaar. Een groot verschil met de Franse poging was dat men inmiddels wist dat malaria en gele koorts door muskieten werden veroorzaakt. Meteen bij aanvang werden moerassen gedempt, bestrating aangelegd in de dorpen en wateroppervlakken met insecticide bespoten. De tol aan mensenlevens viel bij deze poging dan ook een stuk lager uit, ruim 5000 arbeiders lieten het leven.

Heden ten dage zijn malaria en gele koorts zo goed als verdwenen in Panama. Wat niet verdwenen is, is het kanaal (en jammer genoeg ook niet de muskieten). We bezoeken de Miraflores sluizen en zien hoe een groot schip door het kanaal wordt geloodst. Zes treintjes zorgen ervoor dat de schepen uiterst nauwkeurig door de sluizen worden gemanoeuvreerd. Dat is vooral nodig voor de grote jongens. De ruimte tussen schip en wal is dan soms maar enkele decimeters. De prijs voor een doorvaart gaat naar volume. De duurste passage ooit was US $ 375.000 in 2010; de goedkoopste ooit $ 0,36, dat was voor een Amerikaan die in 1928 door het kanaal zwom.

Palmstranden, jungle en vulkanen

Als je het klimaat en de bloeddorstige insecten voor lief neemt, is Panama een mooi en tamelijk veilig land. Het heeft kilometerslange, fraaie palmstranden. De zee is met zo’n 25 graden lekker warm. Grote delen van het land zijn nog bedekt door jungle. Richting Costa Rica zijn er bergen, waaronder een aantal vulkanen. Sommige toppen halen de 3000 m. Daar is het aangenaam koel overdag en zelfs koud in de nacht. Je kunt er heerlijk wandelen.

Costa Rica en Nicaragua

Landschappelijk wijkt Costa Rica niet veel af van Panama; wel is het toerisme er veel meer ontwikkeld. Het is een echte industrie geworden waardoor het land meteen minder avontuurlijk overkomt. Wat dat betreft is het derde land dat we nu bezoeken, Nicaragua, echt anders. Het heeft een woelige geschiedenis met desastreuze burgeroorlogen achter de rug. Zelfs verleden jaar gold nog een negatief reisadvies voor Nicaragua vanwege interne strubbelingen. Nu is alles weer tamelijk rustig. Dat neemt echter niet weg dat je nog erg veel wapens ziet in het openbare leven. Vaak worden we aangehouden door zwaarbewapende militairen. Het stelt niet veel voor: ‘Waar kom je vandaan? Waar ga je naartoe? Wat is je nationaliteit?’ En dan wuiven ze je vriendelijk door. Daarnaast is er veel bewaking van mannen met indrukwekkende geweren, vaak bij openbare gebouwen of pinautomaten. Maar ook op de boerderij annex zwembad annex bar waar we onlangs kampeerden. We hadden de bewaker letterlijk en figuurlijk voor de deur staan. Wat ook echt anders is in Nicaragua is het klimaat. Het is er veel droger waardoor de warmte beter te verdragen is. Wat dat betreft is Nicaragua geschikter voor het camperleven dan de andere twee landen. En het is zeker even mooi met zijn oude Spaanse steden zoals Granada, zijn nog werkende vulkanen en zijn kusten en meren. Daarover de volgende keer meer.

Tekst en foto’s: Harry Fitié en Marleen Schreuder

Laat een reactie achter