De wijnroute van de Elzas als leidraad

Droomlandschap aan de voet van de Vogezen

De druiven zijn nog maar kleine knopjes in de eindeloze rijen wijnstokken als ik eind mei een prachtige slingertocht door de Elzas maak. Het is nog niet echt druk in de stadjes en dorpen aan de wijnroute. Of je nu voor wijn komt of niet, de behoorlijk gemarkeerde ‘Route des Vins d’Alsace’ is een uitstekend middel om al het schilderachtige moois van de Elzas te zien.

Als je een week de tijd neemt, kun je alle dorpjes bezoeken.

Van het late voorjaar tot het einde van de zomer is de Elzas een veelbezochte vakantiebestemming. Dat geldt zeker voor het onderwerp van dit artikel, het wijngebied. In die langgerekte wijnstreek net boven de Rijnvlakte liggen namelijk veel van de pittoreske plaatsjes waar de Elzas zo bekend om is. Wie de vrije keus heeft waar het gaat om de reisperiode, moet zeker september, begin oktober overwegen. De drukte is weggeëbd, het weer is doorgaans lekker en stabiel en de wijngaarden tonen zich van de mooiste kant. Rijpe druiven hangen in grote trossen te wachten op de oogsters. Vanaf midden september verandert de bladkleur van groen in goudgeel, in oktober wordt die zelfs bloedrood. Tegen die tijd zijn, vanwege het vele oogstwerk in de wijngaard, de caves, waar je kunt proeven, veelal gesloten.

Een dag of drie, vier

De Route des Vins loopt van noord naar zuid, of andersom, door bijna de hele Elzas. Het begin is ter hoogte van Straatsburg en het eindpunt is het stadje Thann, niet ver van Mulhouse. De route is circa 170 km lang en laat zich gemakkelijk in etappes opdelen; langs de route liggen zo’n 20 campings en minstens 40 camperplaatsen.

Mij kostte het, in het voorjaar, geen enkele moeite om aan het eind van de dag een leuk plekje te vinden. Zoals gezegd, de route is afdoende bewegwijzerd maar dat neemt niet weg dat je af en toe misschien geen bordje ziet waar je het wel verwacht. Pik in een van de eerste plaatsen in de Elzas bij de VVV een folder mee met kaartjes van de route.

De Elzas is een relatief droge streek. Bijna al het water dat in wolken vanaf de oceaan Frankrijk indrijft, valt aan de westkant van de Vogezen, waar de lucht moet stijgen. De zomers in de Rijnvlakte kunnen aardig warm zijn.

Bugatti’s tussen de druiven

Bij aankomst in de Elzas rij ik meteen naar Marlenheim, het begin van de wijnroute. Met enkele dorpen en mooie weggetjes langs wijngaarden is de toon gezet – dat wordt genieten. In Molsheim kom ik terecht op de aardige Camping Municipal, tien minuten lopen van het centrum. Het oude handelsstadje telt tal van laatmiddeleeuwse huizen en een aantal renaissancegebouwen, zoals de veelgeroemde Metzig (1525), het pronkgebouw van het slagersgilde. Het centrale plein biedt enkele mooie terrassen en je kunt hier tot laat in de avond eten. Slenteren door de steegjes en straatjes van de wijnbouwersplaats loont de moeite. Bij het wat vervallen karthuizerklooster vind je La Fondation Bugatti. De Milanees Ettore Bugatti, bouwer van exclusieve automobielen, vestigde zich hier in 1909 (Duitse tijd) en bouwde tot aan de Tweede Wereldoorlog vooral race- en sportwagens. Liefhebbers van de oude en de huidige Bugatti’s kunnen terecht in het automuseum van Mulhouse. Liever een groene wandeling? Vanuit het centrum loop je zo de wijngaarden in.

Van Rosheim naar Ribeauvillé

Wie de Elzas-wijnroute rijdt, komt door of vlak langs tientallen dorpen en stadjes. Als je een week de tijd neemt, kun je ze allemaal bezoeken. Ik was ongeveer drieënhalve dag op deze route en maakte een selectie. Dat een aantal plaatsen hier niet wordt beschreven, betekent niet dat ze de moeite niet waard zijn. Bijna alle dorpjes hebben gemeen dat ze in het mooie heuvelachtige landschap tussen de wijngaarden liggen, dat er wijnboeren zijn met caves waar je kunt proeven en dat er schilderachtige plekjes zijn en mooie uitzichten.

Binnen de 13e-eeuwse stadsmuur van Rosheim staat de prachtige romaanse kerk Saint-Pierre-et-Saint-Paul, opgetrokken uit gele zandsteen, een meesterwerk van Rijnlandse bouwkunst. De buitenkant is rijk aan gebeeldhouwde mensen en dieren. Een blikvanger binnen is de ronde zuil met een versierd kapiteel en daaronder 21 gebeeldhouwde kopjes. De VVV heeft informatie over Le Parcours du Vigneron, wandelingen van 5 en 8 km door de wijngaarden. In het stadje Obernai loop ik wat vluchtig door de toeristische Rue du Marché. Het klepperen dat ik hoor, zijn de ooievaars, hoog op een dak. Op dit deel van de route kun je, op uitzichtrijke punten, bij mooi weer de karakteristieke vorm van de kathedraal van Straatsburg zien, een hoge gevel met alleen links een toren; die steekt ruim boven de Rijnvlakte uit. Barr is een gezellig stadje, maar deze keer rij ik er voorbij. Het kleine Andlau – wel veel wijnhuizen – is zo mooi gelegen dat ik daar een serie foto’s maak. Ribeauvillé lijkt me een aardig stadje om vanavond te eten. Camping Pierre de Coubertin heeft ruim plaats en ligt nauwelijks tien minuten fietsen van het langgerekte oude centrum. Aan alle kanten zie je de wijngaarden om het stadje, en een drietal kastelen. Vanaf de camping komend voert de Grand’Rue geleidelijk omhoog. Deze hoofdstraat slingert wat langs mooie vakwerkhuizen, winkels, cafés en restaurants. Het vinden van een terras kost hier geen enkele moeite. Na ongeveer een kilometer ben ik in de oude stad beland, het hoogst gelegen deel, niet per se het mooiste. Terugkuierend overweeg ik het culinaire aanbod. Zoals wel meer toeristen blijf ik haken bij het gezellige terras van Zum Pfifferhüs (Grand’Rue 14), een echte Winstub met Elzassische gerechten en uiteraard lokale wijnen. Kenners raden, om gelijke redenen, ook Auberge Au Zahnacker aan; die ligt bij de rotonde aan het begin (of eind, zo je wilt) van de Grand’Rue. De wijn is er betaalbaar; hun eigen Clos du Zahnacker, een melange van riesling, gewürztraminer en pinot gris is wél duur, maar die wordt dan ook hogelijk geprezen.

Het drukbezochte middendeel

Terecht of niet, de meeste toeristen trekken naar het middendeel van de Route des Vins, tussen Ribeauvillé en Colmar. Riquewihr en Kaysersberg zijn eigenlijk ook wel de onbestwiste toppers, maar er zijn ook rustiger plaatsjes met veel charme, Kientzheim bijvoorbeeld. Natuurlijk maak ik een wandeling door het Valkenburg van de Elzas, Riquewihr. Het voornamelijk 16e-eeuwse stadje is erg aantrekkelijk, maar wordt overlopen. De (ooit) schilderachtige hoofdstraat loopt geleidelijk tegen de helling omhoog. In veel zijstraten zijn de steile wijngaarden te zien. In het centrum is geen gewone winkel te bekennen, hier vind je alleen souvenirs, wijn en eten; en veel horeca natuurlijk.

Op weg naar de volgende toeristentrekker stop ik even ‘achter’ het wijnstadje Kientzheim, bij de 14e-eeuwse stadsmuur. Hier beginnen direct de glooiende wijngaarden. Het is een heerlijk mijmerplekje. Ik loop om het stadje heen, langs de buitenmuurse tuinen en de begraafplaats; binnen de muur is het vrij rustig. Iets verder ligt het zeer toeristische Kaysersberg dat ook grossiert in oude vakwerkgevels, behangen met veel geraniums. Maar het is wat minder gelikt dan Riquewihr. Na de kerk met een imposant vleugelaltaar loop ik de hoofdstraat door en ga bij Hostellerie du Pont linksaf, de brug over; idyllisch plekje hier. Ik loop nog even door om het geboortehuis (museum) van Albert Schweitzer, arts en wereldburger uit de eredivisie, te bekijken.

Colmar ligt nu vlakbij, maar ik laat het links liggen. Niet omdat het niet aantrekkelijk is – de oude stad is schilderachtig en het Isenheimer Altar van Matthias Grünewald is alleen al de trip waard – maar het drukke stadstoerisme verstoort een beetje de plattelandsrust van de wijnroute.

Het zuidelijke deel van de wijnroute

Voorbij Colmar zet ik de camper op Camping des Trois Châteaux in Eguisheim, een aardig en rustig terrein; vanaf veel plekken heb je zicht op de drie kasteeltorens die boven de met wijnranken begroeide helling staan. Eguisheim is een bijzonder plaatsje omdat het centrum bestaat uit drie ringstraten rondom het dorpsplein. De Rue des Remparts, de ‘middelste’, is het schilderachtigst, bijna een aaneenschakeling van middeleeuwse huizen en huisjes. Ten zuiden van Eguisheim reizen veel minder toeristen op de Route des Vins en zijn de plaatsjes veel minder opgefleurd; authentieker, zou je ook kunnen zeggen. Ik pik Rouffach eruit om de camper even neer te zetten en een wandelingetje te maken. Dat is niet onaardig, er heerst een wat ouderwetse sfeer. De kerk, in drie kleuren zandsteen, toont een bonte mengeling van stijlen.

Bij Guebwiller, een stadje met maar liefst vier grands crus, is de overgang naar meer industrie al waarneembaar. Iets van de wijnroute af ligt het gehucht Murbach, een must voor liefhebbers van de romaanse bouwkunst. In een stil, groen dalletje groeide in de middeleeuwen de benedictijnenabdij hier uit tot een machtig en rijk klooster. Vanaf de 16e-eeuw was de macht echter tanende. De grote romaanse kerk raakte in verval; alleen de twee fiere torens zijn nog over, met het dwarsschip en de rechthoekige apsis – evengoed de moeite waard! Het is hier, zeker bij goed weer, sowieso een fijn plekje: de beek ruist, de vogels zingen, de tuinen staan er mooi bij; verkeer is er niet. Vergeet niet de middeleeuwse bloemen-, kruiden- en groentetuin achter de Mairie te bekijken. Vorig jaar is de kloosterherberg herbouwd (ma. gesl.).

Thann, formeel het eindpunt

Als ik hier rondloop, zakt het wijnroutegevoel een beetje weg. Dat neemt niet weg dat Thann leuk genoeg is om even te bezoeken, al is het maar om de gotische kerk Saint-Thiébaut te bekijken. De westgevel, de voorkant, is een orgie van 15e-eeuws beeldhouwwerk. Hier wordt het leven van de maagd Maria uitgebeeld, meer dan 450 personages zijn uit het zandsteen gehouwen. Binnen zit het houtgesneden koorgestoelte uit 1442 vol met kleine geestigheden, zoals de zittende figuurtjes op de leuningen.

Frans of Duits?

Frans natuurlijk! En Duits. Hoewel tegenwoordig in het straatbeeld de Franse sfeer en cultuur bepalend zijn, lijkt de associatie met Duitsland nooit ver weg. Menukaarten, richtingborden en winkelruiten tonen heel wat namen die er op zijn minst Duits uitzien. De vele vakwerkhuizen doen misschien ook aan Duitsland denken; terecht wel, maar in Noord-Frankrijk (Champagne, Normandië) komt vakwerk, colombage, ook veel voor. De Elzas, de uiterste noordoosthoek van Frankrijk – door de Rhin/Rhein van Duitsland gescheiden, heeft enkele ingrijpende machtswisselingen meegemaakt: Frans tot 1871, Duits tot 1918, Frans tot 1940, toen de Duitse bezetting en vanaf 1945 weer Frans. Bepalend voor het ‘Pruisische’ aanzien van steden en stadjes is mede de bouwstijl van overheidsgebouwen en huizenblokken na 1871, toen Elzas-Lotharingen Duits grondgebied was; de Duitsers hanteerden veelvuldig de zware stijl van de Gründerzeit, hoog en imposant.

Elzassische wijnen

De Elzas kent hoofdzakelijk cépagewijnen; die worden van één druivensoort gemaakt. Vier van de zeven elzasdruivenrassen worden beschouwd als ‘edele druiven’: riesling (verfijnd fruitig, droog – de topwijn bij schaal- en schelpdieren en de Elzasspecialiteit zuurkool), pinot gris (vroeger tokay genoemd; weelderig, stevig, rond), gewürztraminer (krachtig en soms toch zacht, rijke aroma’s, kruidig) en muscat (fruitig, droog). Alleen van deze druiven mag een grand cru worden gemaakt. En in de Elzas is een grand cru ook echt een gecontroleerde kwaliteit van een uitstekende wijngaard.

Dat de wijnen altijd naar de druif worden genoemd, zorgt voor een grote naamsbekendheid. Andere elzasdruiven zijn: sylvaner (fris en licht, dorstlessend), pinot blanc (zacht, verfijnd, fris en soepel) en pinot noir (enige druif voor rode wijn en rosé, kersengeur). De edelzwicker wordt gemaakt van een melange van (edele) elzasdruiven, de samenstelling en verhoudingen verschillen sterk.

De mousserende wijn uit de Elzas – toenemend populair in Frankrijk – heet crémant d’Alsace; die is er vooral in wit maar ook in rosé.

In de winkel zijn elzaswijnen herkenbaar aan de smalle, hoge, groene fles, verplicht voor alle niet-mousserende wijnen. In de marketing wordt veel nadruk gelegd op de verbinding tussen product en bodem (terroir), temeer daar de Elzas zeer verschillende bodemsoorten kent. Elzaswijnen mogen tegenwoordig ook niet meer buiten de streek worden gebotteld.

Wijnfeesten

Zoals in veel wijngebieden vinden ze ook in de Elzas dat lange zomeravonden zich goed lenen voor een wijnfeest. Gedurende de hele zomer vinden de Fêtes du Vin plaats. Kelders en binnenplaatsen van wijnboerderijen zijn opengesteld, gezellige eettafels buiten, optochten, concerten – een feestelijke dorpssfeer. Het wijnfeest van Eguisheim, eind augustus, is een van de grootste. In de oogstmaanden september en oktober zijn er ook wel feesten, maar niet zo veel.

Tekst: Harry Schuring

Foto’s: Harry Schuring, ADT-Infra


Laat een reactie achter